Pre-HinckleyIn 1887 richtte Siegfried Bettmann Triumph Cycle Company op. Hij begon in Coventry met de productie van fietsen. In 1902 begon het bedrijf met het produceren van motorfietsen. Rond 1905 werden er zo'n 500 motorfietsen per jaar gemaakt. In de daaropvolgende 18 jaar groeide Triumph gestaag, in 1923 startte het bedrijf met de productie van auto's. Tegen 1925 was de fabriek in Coventry 500.000 voet en werkten er 3000 mensen; met productie om ongeveer 25-30.000 auto's en motorfietsen per jaar.
De motorfietsindustrie bleef in de vroege jaren '30 vrij stabiel, en in 1935 werd het besluit genomen om de auto- en motorfietsafdelingen te scheiden en onder te brengen in 2 verschillende bedrijven. Triumph motorfietsen ging zich Triumph Engineering Co noemen en had een eigen logo.
Tijdens WO II vorderde de Overheid
vrijwel alle gemaakte machines op. Tijdens de oorlog ging de productie
gewoon verder, maar dan vooral voor militaire voertuigen. De fabriek in
Coventry werd tijdens de Blitz in 1940 vernietigd, er werd een tijdelijke
fabriek opgericht in Warwick voordat gestart werd in de nieuwe fabriek in
Meriden. De volgende twee decennia worden nu beschouwd als gouden tijd van Brits motorrijden. Het motorrijden was op het hoogtepunt van populariteit in Westelijk Europa en de V.S., met races die gedomineerd werden door Britse merken. Veel nieuwe modellen werden in deze tijd geïntroduceerd, een van deze klassieke modellen is natuurlijk de Triumph Bonneville. De originele T120 Bonneville werd vernoemd naar een grootse prestatie van Johnny Allen op de zoutvlakte van Bonneville (V.S). In 1959 werd de Bonneville gelanceerd als krachtige, dubbelcarburator versie van de bestaande twin 650cc van de Triumph (de T110 Tiger). Het was een reusachtig succes voor Triumph, vooral in de V.S. Tegen 1965 werden in Meriden rond de 800 motorfietsen per week geproduceerd. 80% hiervan was bestemd voor de V.S. In 1968, na zich op twins geconcentreerd te hebben, presenteert Triumph de eerste 3 cilinder: de Triumph Trident.
De motorfietsproductie van Triumph bereikte in 1969 een
hoogtepunt: 46.800 eenheden per jaar. In de vroege jaren '70 komt Triumph in
de problemen. Lange leveringstijden van onderdelen leiden tot productievertragingen.
In 1973 kondigde NVT aan dat de fabriek in Meriden moest
sluiten. Daardoor kwam de productie tot
stilstand. In 1974 werden vrijwel geen
motorfietsen meer gebouwd. In 1975 werd na een lange onderhandelingsperiode de Coöperatieve
vereniging van de Arbeiders van Meriden gevormd. Met subsidie van de
overheid werd de productie van 750cc Bonneville's en Tiger's
opgepakt. De coöperatieve vereniging kocht
de rechten van het Triumph merk van NVT. De productie kroop
geleidelijk aan omhoog tot 350 motorfietsen per week. Ondanks de steun van de
overheid ging Triumph in 1983 failliet. De eigendomsrechten van Triumph werden gekocht door John Bloor. Hiermee begon het nieuwe en huidige tijdperk van Triumph motorfietsen. Het nieuwe bedrijf moest kunnen concurreren met de andere motormerken op de markt, daarvoor werd het concept modulaire waaier ontwikkeld. Dit houdt in dat verschillende typen motorfietsen dezelfde basis hadden en op dezelfde lijn konden worden gebouwd. Het ontwerp hiervoor begon in 1984 en tegen 1988 startte de bouw een nieuwe fabriek (de oude installatie in Meriden was vernietigd in de vroege jaren '80). Er werd een stuk grond van 10-acre gekocht in Hinckley, Leicestershire, en de bouw kon beginnen. Zodra de eerste fase van de bouw afgerond was, begon de voorproductie. De eerste modellen werden gelanceerd in Keulen in 1990. Het eerste nieuwe model was de 4-cilinder 1200cc Trophy. Begin 1991 startte de productie met aanvankelijk 8-10 nieuwe machines per dag. De volgende 4-cilindermodellen (Trident 750 en 900 en Daytona 750 en 1000) volgden daarna snel. De productiecapaciteit groeide en Triumph breidt zijn netwerk uit. Twee dochterondernemingen worden gevestigd: Triumph Deutschland GmbH en Triumph France SA. Langzaam verspreid Triumph zich uit over de wereld, in 1994 wordt Triumph Motorcycles America Ltd opgericht. Tegen die tijd waren er 20.000 nieuwe Triumphs gebouwd. In Januari 1995 werd de Triple Connection kleding- en accessoirelijn gelanceerd. Hiermee kreeg de Triumph rijder toegang tot een volledig pakket van de kleding en accessoires.
In de vroege jaren '90 werden verbeteringen aangebracht aan
bestaande modellen. Ook werden nieuwe modellen geïntroduceerd
zoals de Tiger, Sprint, Speed Triple en Thunderbird. In de herfst van 1999 werd Fabriek 2 gebouwd, Fabriek 1 heeft dan de maximumcapaciteit bereikt. De assemblage vindt dan nog wel steeds plaats in Fabriek 1.
De geplande productie voor 2002 was ongeveer 37.000
motorfietsen. In maart 2002 woedt er een grote brand in Fabriek 1, waardoor
dit aantal niet bereikt kon worden. Het duurt 5 uur om de brand onder
controle te krijgen. De brand verwoest de lopende band en het magazijn.
Vrijwel alles is bedekt onder een dikke laag roet.
Het herbouwen van Fabriek 1 kost vijf maanden, in deze
periode konden geen motorfietsen gebouwd worden.
Triumph heeft nu de beschikking over één van de modernste
motorfiets productiefaciliteiten in de wereld. |
|